Als je in Durrës rondloopt zonder iets van de geschiedenis te weten, lijkt het een gewone drukke Balkan-havenstad met een lang strand. Leg je een kaart uit de eerste eeuw n.Chr. ernaast, dan wordt het plotseling interessant: hier begon de Via Egnatia, de belangrijkste oost-west as van het Romeinse Rijk. Caesar landde hier. Cicero woonde hier in ballingschap. Lang voordat Rome opkwam was dit al een Griekse koloniestad van de Taulantii. En onder een flatgebouw in het centrum ligt een compleet Romeins amfitheater, pas in 1966 door toeval herontdekt.

Een stad van vele namen

Durrës begon in 627 v.Chr. als Epidamnos, een kolonie gesticht door Grieken uit Korinthe en Kerkyra (Korfoe) op Illyrisch grondgebied. Thucydides noemde een twist tussen de Epidamniërs het aanleiding voor de Peloponnesische Oorlog (431 v.Chr.) — een detail waardoor deze provinciestad ineens in het wereldtoneel opduikt.

Onder de Romeinen werd de naam veranderd in Dyrrachium (volgens de overlevering omdat "Epi-damnum" in Latijnse oren klonk als "met schade", wat een slecht teken was voor handel). Dyrrachium werd een van de belangrijkste havensteden van het rijk — het punt waar reizigers uit Italië aan land kwamen om via de Via Egnatia naar Thessaloniki, Byzantium of verder richting het oosten te reizen. In de burgeroorlog tussen Caesar en Pompeius (48 v.Chr.) werd hier de Slag bij Dyrrachium uitgevochten. Pompeius won de slag, maar verloor kort erna de oorlog bij Farsalus.

Het amfitheater onder de stoep

Het meest spectaculaire monument van Durrës werd pas in 1966 per toeval ontdekt, toen bouwvakkers voor een woningblok aan het graven waren. Onder de moderne stad lag een grotendeels intact Romeins amfitheater uit de 2e eeuw n.Chr. — met een capaciteit van ongeveer 15.000 à 20.000 toeschouwers, waarmee het een van de grootste van de Balkan is. Dat zo'n bouwwerk eeuwenlang onder de stad kon liggen zonder dat iemand iets vermoedde, zegt iets over hoe Durrës is verstedelijkt: laagje op laagje, eeuwenlang, zonder systematische archeologie.

Slechts een deel van het amfitheater is vandaag uitgegraven en toegankelijk. Binnenin is een vroegchristelijke kapel verborgen, met resten van 10e-eeuwse fresco's van heiligen en Maria — ongewoon in een voormalige gladiatorenarena. Een rondleiding door het amfitheater duurt ongeveer 45 minuten en is een van de beste historische ervaringen in Albanië.

Het archeologisch museum

Direct aan de promenade ligt het Archeologisch Museum van Durrës — het grootste archeologische museum van Albanië. Het toont vondsten van Epidamnos via Dyrrachium tot de Byzantijnse en Venetiaanse periode: Griekse vazen, Romeinse standbeelden, grafmonumenten, mozaïekvloeren, muntvondsten, en een indrukwekkende verzameling Romeinse glaswerk. Het pareltje is de "Mooie Dame van Durrës", een mozaïek uit de 4e eeuw v.Chr. dat een jonge vrouw met krullen uitbeeldt — een van de vroegste figuratieve mozaïeken die in Albanië zijn gevonden.

De Venetiaanse toren

Aan het oostelijke einde van de promenade staat de Venetiaanse Toren, een cilindrische verdedigingstoren uit de 15e eeuw. Hij maakt deel uit van wat ooit een veel langere stadsmuur was en kijkt uit over de ingang van de haven. Tegenwoordig is er een café in gevestigd — een plek om koffie te drinken met uitzicht op veerboten die naar Italië vertrekken. Binnen de muren zijn resten van Byzantijnse voorgangers nog zichtbaar.

Het strand

Voor de meeste Albanezen betekent "naar Durrës gaan" niet naar het amfitheater, maar naar het strand. Het strand van Durrës en het aangrenzende Golem strekken zich kilometers uit langs de kust, met tientallen hotels, restaurants, beach bars en zomerappartementen. In de zomer is het vol, druk, en luid — een typisch Balkans familiestrand. Vergeleken met de rustiger stranden van de Albanese Riviera ten zuiden is het water hier minder helder (Adriatisch versus Ionisch) en het strand meer ontwikkeld.

Voor wie Durrës wil als kuststad-basis met geschiedenis in wandelafstand, is dit een redelijke optie. Voor wie vooral naar de postkaartstranden wil, loont de extra uren rijden naar het zuiden.

De kortstondige hoofdstad

Een vergeten detail: tussen 1914 en 1920 was Durrës, niet Tirana, de hoofdstad van het jonge Albanië. In de chaos na de onafhankelijkheidsverklaring van 1912 verhuisde de regering hierheen omdat het toegankelijker was via de zee. Pas bij het Congres van Lushnjë in 1920 werd besloten tot verhuizing naar het meer centrale en gemakkelijker verdedigbare Tirana. Durrës verloor zijn hoofdstadstatus maar behield zijn rol als belangrijkste haven — en die heeft het nooit afgegeven.

Praktisch

Bronnen