Rij je vanuit Tirana naar het zuiden, door de Osum-vallei, dan zie je Berat pas op het laatste moment opdoemen. En als het opdoemt, blijft het hangen. De hele Mangalem-wijk lijkt één gebouw: tientallen witte, vierkante Ottomaanse huizen, op elkaar gestapeld tegen de berghelling, elk met grote houten ramen die naar het zuiden kijken. Op een zonnige ochtend vangen die ramen allemaal tegelijk het licht. Vandaar de naam: Qyteti i Një Mijë Dritareve — de Stad van Duizend Ramen.

Een stad in drie verdiepingen

Berat bestaat uit drie duidelijk onderscheiden wijken, elk met een eigen karakter:

Dat de twee oevers elkaar aankijken — moslims en christenen, letterlijk aan de overkant — en dat de mensen die erin wonen deze scheiding allang niet meer voelen, is een van de mooiste dingen aan Berat. Vraag een lokaal naar zijn religie en de kans is groot dat het antwoord is: "Ik ben Albanees."

Driedmisduizend jaar geschiedenis

De bewoning op de kasteelheuvel gaat terug tot minstens de 4e eeuw v.Chr., toen het een Illyrische vesting was genaamd Antipatreia. De Romeinen namen het in de 2e eeuw v.Chr. over, de Byzantijnen bouwden de eerste grote muren in de 5e-6e eeuw. In de 13e eeuw werd Berat een van de belangrijkste steden van het Despotaat Epirus, en de meeste muren die je vandaag ziet dateren uit die Byzantijnse periode.

Na 1417 kwam Berat onder Ottomaanse heerschappij. Onder de Ottomanen groeide de stad uit tot een regionaal handelscentrum en — belangrijker voor haar huidige aanblik — tot een plek waar rijke kooplieden en lokale bestuurders prachtige stadshuizen bouwden. Het grootste deel van wat UNESCO in 2008 beschermde, dateert uit de 17e en 18e eeuw.

De Mangalem-huizen — waarom zoveel ramen?

Het kenmerkende van de Ottomaanse stadshuizen in Berat is het aantal en de grootte van de ramen aan de straatkant — eigenlijk de kant die naar het dal kijkt. In een tijd waarin glas duur was en de meeste Ottomaanse huizen gesloten binnenplaatsen hadden, waren deze huizen opvallend open naar buiten. Drie verdiepingen hoog, met bovenaan de selamlik (mannenvertrek) en haremlik (vrouwenvertrek), grote houten erkers en rijen ramen die zoveel mogelijk licht naar binnen lieten.

Het resultaat: op een berghelling die naar het zuiden kijkt, samen met tientallen buren, ontstond een gevelfront dat op sommige dagen letterlijk lijkt te gloeien. De "duizend ramen" is geen poëtische overdrijving — als je ze telt, kom je best dichtbij.

Het kasteel en de Onufri-iconen

Een wandeling omhoog naar Kala is een verplicht nummer. Het is een steile klim over kasseien, maar eenmaal boven loop je door een levendig stadje. Binnen de muren staan nog dertig gezinnen, maar ook een handvol Byzantijnse kerken uit de 13e tot 16e eeuw — een zeldzame concentratie voor Albanië, grotendeels ontsnapt aan de communistische afbraak van religieus erfgoed omdat ze in een bewoond gebied lagen.

In de Kerk van de Dormitie van de Heilige Maagd huist het Onufri-iconenmuseum, genoemd naar de 16e-eeuwse Albanese schilder Onufri Neokastriti, beroemd om zijn karakteristieke helder-rode tint — een pigment waarvan de exacte samenstelling nooit helemaal is achterhaald. Zijn iconen, samen met werk van zijn zoon Nikolla, behoren tot de belangrijkste late-Byzantijnse schilderkunst van de Balkan.

Ook in Kala staan de resten van drie Ottomaanse moskeeën: de Rode Moskee (Xhamia e Kuqe, 15e eeuw, grotendeels in ruïne), de Witte Moskee en de Vrijgezellenmoskee (Xhamia e Beqarëve, 1827, voor jonge ongehuwde handwerkslieden van het kasteel).

De Osum en de oude brug

De Gorica-brug uit 1780 is het hart van Berat — letterlijk de verbinding tussen de twee oevers en een van de favoriete ontmoetingsplekken van de stad. Zeven stenen bogen, Ottomaanse stijl, nog altijd in gebruik voor voetgangers en licht verkeer. 's Avonds wordt hij verlicht en dan is de hele rivierfront een postkaart.

Onder de brug stroomt de Osum, die verderop stroomopwaarts door een indrukwekkende canyon is gesneden — de Osumi Canyon, ook bekend als de "Grand Canyon van Albanië", en een populaire bestemming voor dagtrips en raften tijdens het voorjaar, wanneer de smeltwaterstanden hoog zijn.

Praktisch

Bronnen