Butrint is de zeldzame archeologische site waar de geschiedenis niet één hoofdstuk heeft, maar zes. Op een schiereilandje tussen het Butrint-meer en het Ionische kanaal, amper zichtbaar vanaf Korfoe, liggen de restanten van een stad die duizenden jaren bewoond werd — en vervolgens, op het moment dat de moerassen het terrein innamen, werd verlaten en vergeten. Wat je vandaag ziet, is een wandeling dwars door de Middellandse-Zeegeschiedenis: Illyrisch, Grieks, Romeins, Byzantijns, Venetiaans, Ottomaans, allemaal in één park.
De mythe — Aeneas en Buthrotum
In boek III van de Aeneis schrijft Vergilius dat Aeneas, op zijn vlucht van het brandende Troje, op een dag aankomt in een stad genaamd Buthrotum. Er regeerden Trojaanse vluchtelingen — Helenus en Andromache — die een "klein Troje" hadden gebouwd. Of het historisch klopt, weet niemand. Dat het verhaal oud en bekend is, wel: het geeft Butrint een mythologische status die alle andere Albanese sites missen. Lang voordat er stenen werden opgegraven, was Butrint al een naam.
De Griekse stad (7e eeuw v.Chr.)
Archeologische vondsten plaatsen de eerste permanente nederzetting in de 7e eeuw v.Chr., als Griekse kolonie — waarschijnlijk gesticht door de Chaoniërs, een Grieks-Illyrische stam. Butrint had een van de beste natuurlijke havens aan deze kust en lag strategisch op de route tussen Korfoe en het binnenland van Epirus. Het werd een heiligdom voor Asklepios, de god van de geneeskunde, en zieken reisden van ver om het orakel te raadplegen.
Uit deze periode stamt het beroemde Griekse theater, dat tot op vandaag het hart van het park vormt. Ingebouwd tegen de heuvel, met ruimte voor ongeveer 1.500 toeschouwers, is het een van de best bewaarde Griekse theaters op Albanees grondgebied. Tijdens opgravingen in de jaren 1930 werden hier duizenden inscripties gevonden — lijsten van vrijgelaten slaven, gegraveerd in de muren rond het theater als publiek document.
Romeins Butrint (44 v.Chr. – 4e eeuw)
In 44 v.Chr. werd Butrint een Romeinse kolonie onder Julius Caesar — en later verder ontwikkeld onder Augustus. De stad groeide over het oorspronkelijke centrum heen: nieuwe wijken werden op drooggelegd moerasland aan de overkant van het Vivari-kanaal aangelegd, verbonden door een aquaduct waarvan resten nog zichtbaar zijn. Rijke Romeinen uit Italië bouwden hier zomerresidenties — Butrint was de Cote d'Azur van het Adriatisch-Ionisch bekken.
Uit deze periode dateren onder meer de Romeinse baden, een forum, en het nymphaeum — een openbare fontein gewijd aan de nimfen. Nabij het forum zijn ook de resten van een tempel van Minerva gevonden.
Byzantijns bisdom en vroegchristelijk Butrint
Na de deling van het Romeinse Rijk kwam Butrint onder Byzantijns bestuur. In de 5e en 6e eeuw werd het een bisschopsstad — en dat is de periode waaruit een van de meest opvallende monumenten van de site stamt: de Baptisterium-vloer. Een rond, van zuilen voorzien doopgebouw met een complete mozaïekvloer: pauwen, herten, vogels, en bomen van het leven, uitgevoerd in tienduizenden kleine tesserae. Een van de grootste paleochristelijke mozaïekvloeren van de Middellandse Zee.
De mozaïeken zijn meestal afgedekt met zand en grind ter bescherming tegen weer en toerisme, en worden alleen in speciale periodes tentoongesteld. Wie geluk heeft, ziet ze. Wie niet, moet het doen met foto's — en met de 9e-eeuwse basiliek erboven, die ook op zichzelf een indrukwekkend bouwwerk is.
Venetianen, Ottomanen en verval
In de late middeleeuwen wisselde Butrint herhaaldelijk van hand: Angevijns, Byzantijns opnieuw, en uiteindelijk Venetiaans vanaf 1386. De Venetianen bouwden een nieuwe vesting — de imposante Triangoliare-burcht — om de vaarroute naar Korfoe te beschermen. Maar tegen die tijd liet de geografie Butrint in de steek. De stranden verzandden, de moerassen rukten op, malaria werd onhoudbaar. Tegen het einde van de 18e eeuw was de oude stad vrijwel verlaten. Ottomaanse vissers gebruikten het nog als ankerplek, maar van stedelijk leven was geen sprake meer.
"Een stad die in elke eeuw werd herontdekt, en in elke eeuw opnieuw werd vergeten." Gebaseerd op Luigi Ugolini's opgravingsdagboeken, 1928
Ugolini en de herontdekking (1928)
Butrint verdween niet uit de geschiedenis door oorlog of natuurramp — het verdween onder klimop en modder. In 1928 stuurde het Italiaanse fascistische regime een archeoloog genaamd Luigi Ugolini naar Albanië als onderdeel van Mussolini's culturele expansiepolitiek. Ugolini begon met opgraven aan het Butrint-meer en vond binnen enkele jaren het theater, grote delen van de stadsmuur, en de eerste resten van de Romeinse baden. Ondanks de politieke motieven achter de missie was zijn werk wetenschappelijk serieus en zijn publicaties vormen nog altijd de basis van de Butrint-archeologie.
Na de Tweede Wereldoorlog lagen de opgravingen grotendeels stil onder Hoxha. Pas na 1991 werden ze, met internationale hulp, hervat.
Vandaag — UNESCO en het park
In 1992 werd Butrint opgenomen op de UNESCO-werelderfgoedlijst. In 2000 werd er een nationaal park omheen gecreëerd (200 hectare), wat niet alleen de archeologie beschermt, maar ook de bijzondere natuur van de lagune — een habitat voor trekvogels, otters en watervogels. Sinds 2005 wordt het park beheerd door de Butrint Foundation, een Brits-Albanese samenwerking die ook nieuwe opgravingen financiert.
Een bezoek duurt ongeveer drie tot vier uur. De gemarkeerde wandelroute voert achtereenvolgens langs het theater, de Asklepios-tempel, het forum, de baden, het baptisterium, de basiliek, de Venetiaanse toren en terug naar de entree via de lagune. Vanaf de Venetiaanse Acropolis, op de top van de heuvel, heb je een prachtig uitzicht op het Butrint-meer, het Ionische kanaal en Korfoe in de verte.
Praktisch
- Hoe kom je er? Vanuit Saranda rijdt een lokale minibus (furgon) elke 30 minuten naar Butrint in ongeveer een half uur. Huurauto of taxi is ook mogelijk.
- Entree (ter plekke in Lek te betalen) wisselt per jaar — check de officiële site voor actuele prijzen.
- Neem mee: water, zonnehoed, stevige schoenen. Het pad is grotendeels schaduwrijk, maar het terrein is onregelmatig.
- Combineer met de Ali Pasha Fort (aan de andere kant van het kanaal, bereikbaar per kettingveerbootje), of — als je een extra dag hebt — met Ksamil en de omringende stranden.